zaterdag 7 augustus 2010

Het 'wezen van internet' bestaat niet

De Volkskrant 7-8-2010

Geert-Jan Bogaerts waarschuwt voor inperking van vrijheden op internet. Vrijheden zijn goed en dienen te worden verdedigd, dat ben ik met hem eens. Het is verontrustend als overheden hun macht over internet benutten om de politieke greep op hun bevolking te verstevigen, zoals in de Verenigde Arabische Emiraten. Maar dat is niets nieuws, dat doen ze daar met de overige media ook. Zonder dit te bagatelliseren: het is een lokaal probleem en geen gevaar voor internet.

Verder ziet Bogaerts nogal wat spoken en verwart hij vrijheid met wetteloosheid. Het is een gotspe te beweren, zoals Bogaerts doet, dat de vrijheid om games en muziek zonder betaling te downloaden dezelfde vrijheid is die internet een bron van creativiteit en groei heeft gemaakt. Het een is niet noodzakelijk voor het ander lijkt me. Het is alsof hij winkeldiefstal bepleit als voorwaarde voor leuke straatcultuur.

Je kunt van de juridische kruistocht tegen downloaden van stichting Brein zeggen wat je wilt, maar je kunt de industrie niet het recht ontzeggen wetsovertreding te bestrijden en de daders op te sporen. Als dit de belangen van de muziek- en filmindustrie op lange termijn schaadt, wat ik zelf geloof, dan komen ze daar wel achter.

Over 'netneutraliteit', de gelijkwaardige behandeling van stromende data door internetproviders, bestaan veel misvattingen. Een is dat dit, zoals Bogaerts zegt, het "wezen van internet" is. Deze laatste frase wordt te pas en te onpas van stal gehaald. Interactiviteit, discussie, bereikbaarheid, ontsluiting van informatie, het is allemaal wel eens tot wezen van internet verklaard als dat zo uitkwam. Bogaerts zelf heeft in 2005 op de site van De Volkskrant het kunnen maken van links het wezen van internet genoemd, toen dáár een discussie over woedde.

Bogaerts impliceert dat een internet met twee snelheden en twee tarieven gelijkstaat aan censuur: hij vergelijkt het met het knevelen van de drukpers. Dat is klinkklare nonsens. Om een andere vergelijking te maken: je kunt voor veel geld vliegen naar je bestemming of kiezen voor trager en goedkoper vervoer. Dat deze mogelijkheden bestaan is prima. Het beknot op geen enkele wijze de vrijheid van reizen, alleen de snelheid daarvan. Differentiatie van tarieven is nou net een vorm van zakelijke creativiteit die de groei mogelijk maakt waar Bogaerts zo hoog van opgeeft.

Internet heeft geen wezen, internet is wat we overhouden als de techniek zich aanpast aan de wet, als eventuele juridische lacunes zijn opgevuld door rechtspraak of nieuwe wetgeving, en als normale economische processen hun loop hebben. Daarbij doen nogal wat overheden en bedrijven aan landjepik, dat is waar. Ze grijpen alle data en alle macht die ze krijgen kunnen. Google en Facebook bijvoorbeeld. Bogaerts poneert, overigens zonder dit te onderbouwen, dat in een wereld zonder netneutraliteit deze bedrijven niet zouden zijn ontstaan. Maar zou een wereld zonder monopolistische informatiemelkers echt zo'n hel zijn?

dinsdag 3 augustus 2010

Welles-nietes over voordeel met kunstbenen

NRC, 24-11-2009

Een groep van zeven sportfysiologen is diep verdeeld over de vraag of de gehandicapte atleet Oscar Pistorius in wedstrijden oneerlijk voordeel heeft van zijn protheses. Pistorius (nu 23) won in 2004 op de Paralympics een gouden medaille op de 200 meter. In 2008 wilde hij zich kwalificeren voor de gewone Spelen, maar hij mocht eerst niet meedoen van de Internationale Atletiekfederatie (IAAF) wegens mogelijke competitievervalsing.

De zeven, verbonden aan zes verschillende Amerikaanse universiteiten, werden door de advocaten van Pistorius ingeschakeld. De stelling van de Atletiekfederatie was dat Pistorius' wedstrijdbenen van koolstoffiber meer veerkracht bezaten dan menselijke onderbenen en dat dat niet eerlijk was. Hardlopers gebruiken hun onderbenen deels als veermechaniek: bij het neerkomen van de voet wordt energie opgeslagen die bij de afzet weer vrijkomt, wat de loper in staat stelt zuinig met energie om te gaan. Op een hoorzitting bij het Hof van Beroep voor de Sport verklaarde de groep dat dit niet relevant was omdat Pistorius korte afstanden loopt. Daarbij gaat het om maximale snelheid en niet om zuinigheid. Daarmee was het bezwaar van de IAAF ontkracht en kon Pistorius proberen zich te kwalificeren. Dat mislukte. Wel won hij drie keer goud op de Paralympics van 2008.

De zeven onderzoekers hadden veel meer mogen onderzoeken, met Pistorius zelf als proefpersoon, op voorwaarde dat daarvan niets openbaar zou worden gemaakt voor of tijdens de hoorzitting. Het ging alleen om het bezwaar van de Atletiekfederatie. De overige resultaten hebben liggen wachten op publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift, voor het team erover kon praten. Nu is hun rapport verschenen het Journal of Applied Physiology, geschreven als een discussie waarin beide partijen tweemaal aan het woord komen. Er vallen harde woorden. De recalcitrante tennisser John McEnroe wordt zelfs geciteerd: "You can't be serious!"

Een minderheid van twee man stelt dat Pistorius wel degelijk oneerlijk voordeel geniet, op andere manieren dan de IAAF veronderstelde. Zijn protheses, type Cheetah, zijn half zo zwaar als deel van het menselijk onderbeen dat ze vervangen. Op de lopende band blijkt dat Pistorius zijn Cheetahs extreem snel door de lucht van achteren naar voren kan brengen: hij doet dat 15 procent sneller dan het gemiddelde van vijf valide wereldrecordhouders op de 100 meter. Het gevolg is dat Pistorius' benen 14% langer contact houden met de grond voordat ze weer naar voren worden gezwaaid. Die langere tijd kan Pistorius gebruiken om zich af te zetten. Het voordeel is vergelijkbaar met dat van de klapschaats. Die verlengt het contact van de schaatser met het ijs met als gevolg snellere tijden. De twee wijzen op het afwijkende verloop van Pistorius' races. Op een 400 meter onder gewone atleten verliest hij de eerste 200 meter terrein, om dat in de tweede helft goed te maken. Hij heeft dus een hogere kruissnelheid dan de beste atleten.

Het meerderheidsstandpunt van vijf onderzoekers is dat eigenschappen van Pistorius niets zeggen over hardloopprotheses. Zij geven cijfers over het zuurstofgebruik van hardlopers. Een groep van zes geamputeerde atleten had zo'n tien procent meer zuurstof nodig per kilo en per kilometer dan zes vergelijkbare lopers met intacte ledematen. Pistorius doet het juist met ruim tien procent minder. Waarschijnlijker is er iets met Pistorius en niet met de Cheetahs, zeggen de vijf. Zij stellen experimenten voor, onder andere proeven met het verzwaren van de Cheetahs, om de zien of dit de zwaaitijd verlengt en of dit gevolgen heeft voor de snelheid van een atleet. Voordat de wetenschap met één standpunt komt zullen de sportautoriteiten niet op de genomen beslissing terugkomen en kan Pistorius zijn Olympische droom blijven najagen.

Twaalf paar benen in de kast

NRC 24-3-2009

'Pamela Anderson heeft meer prothetisch materiaal dan ik. Niemand noemt haar gehandicapt.' Aimee Mullins is de emancipatie van de geamputeerde voorbij. Ze is atlete geweest, nu is ze model. Internet staat vol glamoureuze foto's van haar, schaars gekleed, meestal met hardloopprotheses.

Aimee Mullins is geboren in 1976, zonder kuitbeenderen. Amputatie van de onderbenen is de gebruikelijke therapie. Dat gebeurde bij Mullins op eenjarige leeftijd. Ze heeft altijd gelopen met prothesen. Dat deed ze niettemin heel snel. Op de Paralympics in 1996 won ze medailles en vestigde ze records. Toen al gebruikte ze de cheetah-kunstbenen waarmee kort voor de Spelen in Peking de Zuidafrikaanse hardloper Oscar Pistorius beroemd werd. Ze liet zich fotograferen als 'cheetah woman', grotendeels naakt en met benen die eruitzagen als panterpoten.

Nu trekt ze acterend en lezingen gevend over de wereld. Een recente voordracht van haar staat als video op internet. Ze pakt het publiek helemaal in met haar uiterlijk (volgens People is ze een van de vijftig mooiste mensen op Aarde), haar one-liners, en natuurlijk haar benen. Ze draagt een paar dat nauwelijks van echt te onderscheiden is, zeker niet op video. Mooie benen. Siliconen. Pamela Anderson zou jaloers zijn.

En weten we wel dat ze twaalf paar heeft? Zelfs twee houten benen, vertelt ze trots. Niet zomaar houten benen - protheses met houtsnijwerk dat het doet lijken of ze prachtige laarzen draagt. Houten laarzen. Hallucinerend zijn de glazen benen die ze in de kast heeft staan. Niet van echt glas maar van polyurethaan. Niet breekbaar, wel doorzichtig. Een paar met welgevormde kuiten en hoge glazen hakken en een ander paar zonder voeten. In plaats daarvan eindigen deze benen in wilde kluwens van een soort glasvezel. Natuurlijk, wat moet je met voeten? 'Mijn benen zijn draagbare beeldhouwwerken,' verklaart Mullins.

Je zult iemand tegenkomen die op zulke benen loopt. Kijk dan nog maar eens een andere kant op. Verstandig dat Mullins ze niet draagt tijdens haar lezing, want niemand zou meer luisteren.

En daar eindigen de voorrechten van Aimee Mullins niet. Vergenoegd legt ze uit dat ze de keus heeft uit vijf verschillende lichaamslengtes. Een vriendin die haar kende als iemand van 1,73 meter kwam haar tegen als 1,85 meter. "Wat ben je lang!" riep ze. "Weet ik," zei Mullins, "leuk hé?" Waarop de vriendin, toen ze het begreep, klaagde: "Maar dat is niet eerlijk!" Bij deze anekdote ligt het publiek aan Mullins' voeten.

Aimee Mullins is niet de gemiddelde geamputeerde. Ze is op tamelijk eenvoudige wijze beroemd geworden met haar hardlooptalent en haar uiterlijk. Door haar roem kan ze zich een kast vol prachtige benen permitteren, waarvan ze de meeste nog cadeau krijgt ook. Maar dank zij haar hoeven protheses niet meer alleen noodoplossingen te zijn. Zoals de titel van haar spreekbeurt al zegt: 'My legs give me superpowers.'

zondag 11 juli 2010

Dromen is bedrog

NRC Handelsblad 9-7-2010

Bert van Marwijk kan straks leuk bijverdienen in het lezingencircuit voor management, motivatie en leiderschap. Hij heeft een heterogeen gezelschap van expats gesmeed tot een eenheid. Over het paard getilde snotapen laat hij voor vier weken hun BV en persoonlijke wrijvingen vergeten en het gezamenlijk belang najagen. Voorwaar een prestatie, en er zal veel vraag zijn naar uitleg door Van Marwijk over zijn werkwijze.

Jammer dat er weinig deugdelijke verklaringen voor het succes zijn geproduceerd. Het hele toernooi al stijgt de geur van kletskoek op uit het kamp van Oranje. Je moet durven dromen, is een van de mantra's. Anders word je nooit kampioen. Je moet erin geloven. Gefocust zijn. Een missie hebben. En je moet het héél hard willen. Je kunt jezelf bijna tot kampioen willen. Hadden we dat eerder geweten.

Waarom is dit allemaal baarlijke nonsens? Bijvoorbeeld omdat het Braziliaanse elftal zeker zo hard wilde, droomde en in zijn kansen geloofde als de Nederlandse selectie. Dat land is tenslotte al vijf keer wereldkampioen geweest. Hetzelfde geldt voor Duitsland (drie keer kampioen).

We kunnen ook kijken naar Nederlandse teams van vroeger. Frank de Boer beweert dat zijn team in 1998 niet de absolute wil en het absolute geloof had. Heeft daardoor Marco van Basten in de halve finale tegen Brazilië de beslissende strafschop gemist? De Boer kletst maar wat.

Waarom werd Nederland in '76 geen Europees kampioen en in 1988 wel? De 'lichting' van 1976 had meer reden de titel te willen en erin te geloven - twee jaar eerder vice-wereldkampioen geworden immers - dan die van Ruud Gullit. Dus als geloof en wensdromen al helpen, dan leggen ze het af tegen echte succesfactoren. Bijvoorbeeld ouderwets thuisvoordeel. In '74 en '78 was het organiserende land de tegenstander. Een derde van alle wereldtitels is gewonnen door het organiserende land. Geen organiserend land heeft ooit een WK-finale verloren.

Of toeval. Het is wetenschappelijk bewezen dat een beslissing door strafschoppen zoals in de halve finale van 1998 een loterij is. Denk ook aan de bal op de paal van Rensenbrink in 1978, en aan de kopbal van Kieft tegen Ierland in 1988 - die er net wél inging en Nederland in de race hield. En kijk eens naar de staat van dienst van Nederland op dit WK. Slechts één wedstrijd werd gewonnen met meer dan één goal verschil. Van Slowakije en Brazilië had Nederland net zo goed kunnen verliezen, als één bal (of een scheidrechterlijke beslissing) iets anders was gevallen. De wil om te winnen is datgene wat de winnaar blijkbaar had. Zo kan ik het ook.

Het kunstje van Van Marwijk is waarschijnlijk dat hij zijn mannen wijsmaakt dat ze er meer in geloven dan de tegenstander én ze in de waan brengt dat dat helpt. De uitlatingen van de spelers wijzen erop dat dergelijke indoctrinatie in het Nederlandse kamp werkzaam is. En waarom zou dat niet werken? Laten we hopen dat de Spaanse coach dit geheim niet ook kent.

zaterdag 10 juli 2010

Wordt het een leuke voorbeschouwing?

NRC Handelsblad 26-6-2004

- Wat voor voorbeschouwing verwacht jij straks?

- Moeilijk. Moeilijker dan tegen Letland. Toen hadden we alles mee wat mee kon gaan. De laatste groepswedstrijd, alles was erop of eronder. Bovendien had je twee wedstrijden tegelijk, en wat Nederland tegen Letland moest doen hing samen met wat Duitsland tegen Tsjechië deed. Je kon altijd weer beginnen over Robben en de wissel. Dan heb je zoveel factoren, dat beschouwt gewoon lekker voor.

- Wat wordt vandaag precies zo moeilijk?

- Dat je één wedstrijd hebt die op zichzelf staat. Je hebt Nederland en je hebt Zweden en verder niks. Kun je natuurlijk teruggrijpen naar de manier waarop ze de kwartfinale hebben gehaald en dat zal wel gebeuren, maar dat weet iedereen al. En vroeg of laat ben je daar klaar mee en dan zit je weer met z'n tweeën voor die camera.

- Wie zie jij graag in het team vanavond?

- Ik hoop dat Cruijff erin staat. Gullit vind ik te relaxed, die heeft in de voorbeschouwingen toch een mentaliteitsprobleem. Of-ie al aan de Madeira denkt. Cruijff is altijd scherp. Die zat na Nederland-Letland doodleuk te zeggen dat-ie Robben in de rust had gewisseld. De hele ploeg was zo stomverbijsterd dat ze collectief de kans misten.

- Youri Mulder?

- Altijd inbrengen wat mij betreft. Hij heeft de meeste kwaliteiten, in de analyse en om het uit te leggen. Maar Cruijff en Gullit staan natuurlijk hoger in de rangorde, daarom is het met Mulder nu sollen geblazen. De ene keer zit-ie in Nederland, dan weer bij de wedstrijd van Duitsland. Zijn vader mocht in 1974 ook al niet meedoen. Als we niet oppassen zit Mulder straks bij de Duitse tv en heb je het nakijken. Moet je 'm weer voor veel geld wegkopen.

- Terug naar het gebeuren van vanavond. Dan heb je een halve wedstrijd gehad en dan krijg je de tussenbeschouwing.

- Ja, precies, dan krijg je de tussenbeschouwing.. En dat kan altijd alle kanten op. Heb je een eerste helft met doelpunten dan wordt het makkelijk. Vallen er geen goals dan krijg je meteen een heel andere tussenbeschouwing. Van kansen herhalen waar geen goals uit vallen wordt niemand vrolijk. Kun je nog zo scherp zijn, maar dan moet je hopen op een paar leuke reclames.

- Moeten we het hebben van de nabeschouwing?

- Kijk, dan praat je over een heel ander verhaal. Een wedstrijd als deze heeft altijd een uitslag. Gelijke spellen doen we niet aan. Dus of je scoort of niet, je hebt altijd een winnaar, desnoods na strafschoppen. Dat is simpel. Dat houdt dus in minder rekenen na afloop over hoe het verder moet met je toernooi, want dat is duidelijk. Dat is jammer want dat had altijd interessant kunnen zijn. Aan de andere kant, waar je een winnaar hebt is ook een verliezer en de enige vraag is wat je zelf bent.

- De emotie bedoel je.

- Ja wat denk jij dan. Nabeschouwen is emotie.

- Met welke spelers?

- Geen Robben en geen Van der Sar, dat heb je woensdag kunnen zien. Komt geen fatsoenlijk woord uit en ook niet Davids en Stam. Seedorf en Van Nistelrooij zou ik voor kiezen. Die hebben de babbel en die hebben de passie.

- Wie zou jij het liefst op Advocaat zetten?

- Ja, da's een hele moeilijke. Met Jack van Gelder zijn ze weer vriendjes en dan krijg je zo'n flutgesprek. Dus die valt af. Egbers heeft geen overgewicht. Youri Mulder heeft meer antwoorden dan dat-ie vragen heeft. Kom ik toch op mezelf uit. En daar ben ik heel blij mee.

woensdag 23 juni 2010

Tennis for ever

NRC Handelsblad 4-6-'92

6-3, 5-7, 29-27. Het gebeurde in 1991 tijdens Wimbledon,
helaas in het gemengd dubbel dat niemand interesseert. In de
laatste set spelen we geen tie-break, we gaan door tot het
scorebord twee games verschil laat zien. We gaan door, zelfs
als de aardbeien op zijn. New balls, please. En nieuwe
lijnrechters, maar geen nieuwe spelers. Iedere dag kan het weer
gebeuren. Het kan zelfs veel erger.

Er waren drie Nederlanders bij: Brenda Schultz, Michiel
Schapers en Tom Nijssen. Voorts een dame uit een ver land,
een zekere Temesvari. Uren lang moeten ze zeker geweten
hebben dat het noodlot ze bij de lurven had. Dit potje tennis
zou nooit een einde kennen. Voor zover ik weet zijn er geen
beelden rond de wereld gegaan van deze beproeving. Het
is geen boksscheidsrechter-krijgt-kaakslag, goed voor 20
seconden Journaal. Je moet het allemaal zien om de ware
omvang van het drama te bevatten, de volle vier uur. Kregen
ze bij 20-20 de slappe lach? Gingen ze van lieverlee allemaal
steeds meer op Ivan Lendl lijken? Hoeveel gevallen van
uitputting waren er te melden op de tribune?

De eigenaardigheden van het tennis zijn niet te tellen. De
malle puntentelling is er een. Het is een districtenstelsel
in het kwadraat, zoals dat alleen in het Verenigd Koninkrijk
kan ontstaan. Wie meer sets wint dan de ander hoeft nog niet
meer games te hebben gewonnen. En het aantal gewonnen games
op zijn beurt zegt nog niets over het aantal gewonnen
slagenwisselingen, terwijl het om dat laatste bij evenredige
vertegenwoordiging eigenlijk zou moeten gaan. Het feit dat
een gelijk spel niet mogelijk is een andere rare eigenschap -
al komt dat bij afvaltoernooien als Wimbledon natuurlijk goed
uit.

Maar verreweg de meest huiveringwekkende karaktertrek van het
tennis is het feit dat niemand ooit de garantie heeft dat een
eenmaal begonnen partij ooit ten einde zal komen. Dat is
zelfs het geval tot de derde macht. Eerste macht: iedere
rally kan in principe oneindig lang duren. Niemand
hoeft de bal uit of in het net te slaan. Kwadraat:
zolang de spelers netjes om beurten een punt scoren zal
niemand ooit de betreffende game op zijn naam schrijven.
Precies om beurten is niet eens nodig omdat voor de winst een
voorsprong van twee punten nodig is. Derde macht: ook voor
elke set ligt de oneindigheid eeuwig op de loer. Omstebeurt
een game winnen - precies om beurten hoeft niet - en je hebt
levenslang.

De gruwel zit 'm hierin, dat Schapers en Schultz en hun
tegenstanders bij de stand 28-27 geen flauwe notie hadden wat
hun te wachten stond: een 29-27 overwinning, een 183-185
nederlaag of een open einde. Het had door een
zuidamerikaanse generaal bedacht kunnen zijn. Blijkbaar zijn
tennissers er nogal zeker van dat het spelletje eens ophoudt,
want onzekerheid hieromtrent lijkt me teveel voor zelfs de
meest weerbare geest. Toch maak ik me sterk dat de spelregels
nergens een grens trekken. Als het duister invalt verdaagt de
umpire de partij, maar wat doet hij na vier dagen bij de
stand 512-all? Volgens mij is er nooit over nagedacht.
De positieve kant hiervan voor de spelers is dat het hun
vakbond een magnifiek wapen in handen geeft. Kon een
decennium of twee geleden een staking van topspelers het
toernooi niet klein krijgen, een stiptheidsactie van twee
vrijwilligers kan het hele evenement lam leggen, beter nog
dan de regen dat kan.

Goed beschouwd is het een wonder dat de Oneindige Partij nog
steeds niet is begonnen (want dan zouden we het langzamerhand
wel weten). Het is een aanwijzing dat de kans op zo'n
wedstrijd microscopisch klein is. Maar de meest fundamentele
van alle natuurwetten, de Wet van Murphy, zegt dat iets wat
kan gebeuren ook zal gebeuren, bij voorkeur op
een ongelegen ogenblik. Dat geldt voor lekke banden, voor
kerncentrales en voor tennis. De wetten van de statistiek
bevestigen dat. Als er maar genoeg tijd verstrijkt zullen
partijen van elke denkbare lengte zich eens voordoen. Wij
wensen u een plezierig toernooi.

woensdag 14 april 2010

Piraterij niet slecht voor economie

BNR Nieuwsradio 23-12-2005

De kletskoekprijs voor december, wat zeg ik, voor het hele jaar 2005, gaat naar de BSA, de Business Software Alliance, alias de softwarepolitie. De BSA is bekend van invallen bij bedrijven die illegaal software gebruiken, en van de mening dat elk illegaal programma een omzetverlies vertegenwoordigt ten bedrage van de aanschafprijs. Dat legale software te duur is en dat de keus vaak gaat tussen een illegale Office en iets anders wat geen geld kost, dat wil de BSA niet weten.

donderdag 25 maart 2010

MISVERSTANDEN OVER HET INTERNET

NRC Handelsblad, medio 1994

Het Internet is in. Het internationale computernetwerk groeit op
een uitzinnige manier en er is steeds iets nieuws mee aan de hand:
veiligheidskwesties, commercieel gebruik, merkwaardige
sociologische verschijnselen, u zegt het maar. Er wordt veel over
gepubliceerd en gepraat. Het is snel, goedkoop, en democratisch.
Je kunt er alles doen en krijgen wat je maar wilt:
computerprogramma's binnenhalen, post versturen, discussi*eren,
afspraken maken, het antwoord zoeken op een vraag, zomaar
ouwehoeren of alleen rondkijken. Iedereen die wil kan meedoen.

woensdag 17 februari 2010

De listen van Greenpeace

BNR Nieuwsradio 26-11-2004

Afgelopen vrijdag moest een woordvoerder van HP zich bij BNR Nieuwsradio verdedigen tegen klachten van Greenpeace dat het bedrijf broomhoudende brandvertragers gebruikt. Ik ga het niet opnemen voor HP, ik ga wel uitleggen waarom de manier van actievoeren van Greenpeace mij niet aanstaat.