woensdag 23 juni 2010

Tennis for ever

NRC Handelsblad 4-6-'92

6-3, 5-7, 29-27. Het gebeurde in 1991 tijdens Wimbledon,
helaas in het gemengd dubbel dat niemand interesseert. In de
laatste set spelen we geen tie-break, we gaan door tot het
scorebord twee games verschil laat zien. We gaan door, zelfs
als de aardbeien op zijn. New balls, please. En nieuwe
lijnrechters, maar geen nieuwe spelers. Iedere dag kan het weer
gebeuren. Het kan zelfs veel erger.

Er waren drie Nederlanders bij: Brenda Schultz, Michiel
Schapers en Tom Nijssen. Voorts een dame uit een ver land,
een zekere Temesvari. Uren lang moeten ze zeker geweten
hebben dat het noodlot ze bij de lurven had. Dit potje tennis
zou nooit een einde kennen. Voor zover ik weet zijn er geen
beelden rond de wereld gegaan van deze beproeving. Het
is geen boksscheidsrechter-krijgt-kaakslag, goed voor 20
seconden Journaal. Je moet het allemaal zien om de ware
omvang van het drama te bevatten, de volle vier uur. Kregen
ze bij 20-20 de slappe lach? Gingen ze van lieverlee allemaal
steeds meer op Ivan Lendl lijken? Hoeveel gevallen van
uitputting waren er te melden op de tribune?

De eigenaardigheden van het tennis zijn niet te tellen. De
malle puntentelling is er een. Het is een districtenstelsel
in het kwadraat, zoals dat alleen in het Verenigd Koninkrijk
kan ontstaan. Wie meer sets wint dan de ander hoeft nog niet
meer games te hebben gewonnen. En het aantal gewonnen games
op zijn beurt zegt nog niets over het aantal gewonnen
slagenwisselingen, terwijl het om dat laatste bij evenredige
vertegenwoordiging eigenlijk zou moeten gaan. Het feit dat
een gelijk spel niet mogelijk is een andere rare eigenschap -
al komt dat bij afvaltoernooien als Wimbledon natuurlijk goed
uit.

Maar verreweg de meest huiveringwekkende karaktertrek van het
tennis is het feit dat niemand ooit de garantie heeft dat een
eenmaal begonnen partij ooit ten einde zal komen. Dat is
zelfs het geval tot de derde macht. Eerste macht: iedere
rally kan in principe oneindig lang duren. Niemand
hoeft de bal uit of in het net te slaan. Kwadraat:
zolang de spelers netjes om beurten een punt scoren zal
niemand ooit de betreffende game op zijn naam schrijven.
Precies om beurten is niet eens nodig omdat voor de winst een
voorsprong van twee punten nodig is. Derde macht: ook voor
elke set ligt de oneindigheid eeuwig op de loer. Omstebeurt
een game winnen - precies om beurten hoeft niet - en je hebt
levenslang.

De gruwel zit 'm hierin, dat Schapers en Schultz en hun
tegenstanders bij de stand 28-27 geen flauwe notie hadden wat
hun te wachten stond: een 29-27 overwinning, een 183-185
nederlaag of een open einde. Het had door een
zuidamerikaanse generaal bedacht kunnen zijn. Blijkbaar zijn
tennissers er nogal zeker van dat het spelletje eens ophoudt,
want onzekerheid hieromtrent lijkt me teveel voor zelfs de
meest weerbare geest. Toch maak ik me sterk dat de spelregels
nergens een grens trekken. Als het duister invalt verdaagt de
umpire de partij, maar wat doet hij na vier dagen bij de
stand 512-all? Volgens mij is er nooit over nagedacht.
De positieve kant hiervan voor de spelers is dat het hun
vakbond een magnifiek wapen in handen geeft. Kon een
decennium of twee geleden een staking van topspelers het
toernooi niet klein krijgen, een stiptheidsactie van twee
vrijwilligers kan het hele evenement lam leggen, beter nog
dan de regen dat kan.

Goed beschouwd is het een wonder dat de Oneindige Partij nog
steeds niet is begonnen (want dan zouden we het langzamerhand
wel weten). Het is een aanwijzing dat de kans op zo'n
wedstrijd microscopisch klein is. Maar de meest fundamentele
van alle natuurwetten, de Wet van Murphy, zegt dat iets wat
kan gebeuren ook zal gebeuren, bij voorkeur op
een ongelegen ogenblik. Dat geldt voor lekke banden, voor
kerncentrales en voor tennis. De wetten van de statistiek
bevestigen dat. Als er maar genoeg tijd verstrijkt zullen
partijen van elke denkbare lengte zich eens voordoen. Wij
wensen u een plezierig toernooi.